Manuele therapie bij het KISS-syndroom en KIDD

Het KISS-syndroom staat voor Kopgewrichten Invloed op Storingen in de Symmetrie. Simpel gezegd: een symmetriestoornis in de nekwervels. Het gaat hierbij om de bovenste nekgewrichten net onder de schedelrand. Deze gewrichten zijn belangrijk, want ze hebben een grote invloed op de ontwikkeling van de houding en motoriek en op een goede zuig- en slikreflex. Een baby met het KISS-syndroom ontwikkelt zich minder goed en zit niet lekker in zijn vel. Dit merk je doordat je kind asymmetrische bewegingen maakt, een voorkeurshouding heeft of bijzonder veel huilt.  

Welke oorzaak is er voor het KISS-syndroom?

Problemen in de bovenste nekgewrichten kunnen ontstaan doordat tijdens de bevalling de wervelkolom in de verdrukking komt. Dit gebeurt soms bij een keizersnede of bij een vacuüm- of tangverlossing. Soms ontstaat het KISS-syndroom al in de baarmoeder door een verkeerde houding van de baby, bijvoorbeeld als de baby erg groot is en bij meerlingen. Ook kan een heel snelle of juist heel langzame bevalling problemen met deze gewrichten veroorzaken. 

Mogelijke symptomen

Er zijn een heleboel symptomen die kunnen wijzen op het KISS-syndroom. Heeft jouw baby een of meerdere van deze symptomen, dan kan hij KISS hebben, maar dat hoeft niet. Een huilbaby heeft dus niet per definitie het KISS-syndroom

  • voorkeurshouding
  • slaapproblemen
  • asymmetrie in motorische kenmerken (altijd op één kant slapen, asymmetrische arm- of beenbewegingen, bij borstvoeding voorkeurskant)
  • overstrekte houding bij liggen en staan
  • scheve, afgeplatte schedel
  • veel huilen en nagenoeg ontroostbaar
  • wil al heel vroeg gaan staan
  • niet willen kruipen (billenschuiver)
  • lijkt niet graag te knuffelen
  • druk, onrustig, driftig
  • matige spraakontwikkeling
  • koude handjes en voetjes
  • moeizame ontlasting
  • protesthuilen (bijvoorbeeld bij aan- en uitkleden) 

KIDD staat voor Kopgewrichten Invloed bij Dyspraxie en Dysgnosie en kenmerkt zich over het algemeen door chronische hoofdpijn, concentratieproblemen en de kinderen worden “stuntelkampioenen”. De manueel therapeut  kan met zeer milde, ongevaarlijke mobilisatietechnieken het kind behandelen, meestal betreft het de eerste nekwervel. Tevens wordt het bekken in de therapiesessie betrokken. Veelal zijn er weinig behandelingen nodig om effect te bewerkstelligen.